Georgie - Kazbegi
Mama spreekt geen Engels. Mama heet trouwens geen Mama, maar Marna, of Maria, of Martha, of sla mij maar dood met een naam die ik niet kan onthouden. Ik noem haar Mama omdat ze een mama is. Ze kookt mama-eten – rijstebrij – bakt mama-pannekoeken, trekt bezorgde mama-gezichten als we na een dag lopen door de bergen van Noord-Georgië moe en roodverbrand terugkeren in haar keuken.
Ze spreekt alleen geen Engels. In het Duits kan ze alleen “schön” zeggen, en “sehr schön”, en voor de zekerheid doet ze daarbij een mama-duim omhoog. Jammer dat ons Georgisch en ons Russisch zo belabberd zijn. Het is niet praktisch, maar wel zo leuk. Hints voor gevorderden.
Zo vertelt ze dat het rustig is, dat er in augustus veel meer toeristen zijn. En dat ze bijna alle toeristen aardig vindt, behalve de Japanners en de Israëliërs, want “die stinken” zegt ze, en ze trekt haar bolle mama-gezicht in een smerige grimas.
Ze is hilarisch.
Ze heeft drie kinderen, en dat wij – 33 en 34 – er nog geen hebben snapt ze totaal niet. Leg maar eens uit dat we niet hier in haar keuken hadden gezeten als dat zo was geweest. Maar wat vinden onze moeders daar dan van? Willen die niet graag kleinkinderen? Ik kijk haar verbaasd aan. Het is verdomme echt een mama. Ze zijn ook overal ter wereld hetzelfde.
Als we weggaan vraagt ze of we de deur op slot willen doen, en de sleutel op de vensterbank willen leggen. Van haar Georgisch snap ik geen woord, maar het is ongelooflijk hoe makkelijk haar handen te verstaan zijn.
De Dokter en ik gaan de berg op. In Tblisi was dat nog een zelfbedacht eufemisme voor de ontmaagding van jonge Georgische meisjes, hier is het het optimistische begin van een iets te lange bergtocht
Eerst naar Sameba: een kerkje 500 meter boven Kazbegi, vrij dramatisch geplaatst op een bergtop, ergens in de 13e eeuw. Het is een heilige plaats voor de Georgiërs, niet zozeer vanwege mystieke zaken die hier al dan niet zouden hebben plaatsgevonden, maar vanwege de symbolische onverzettelijkheid die het uitstraalt. Het moet nogal wat moeite hebben gekost om het geval hier neer te zetten inderdaad, en dus zien de Georgiërs het graag als voorbeeld van hun doorzettingsvermogen. In ’88 hebben de Russen nog een kabelbaan naar boven aangelegd. Binnen vijf jaar hadden de Georgiërs het ding weer afgebroken. Het enige wat nog rest is een verroeste toren in Gergeti, halverwege de berg. Zo doen ze dat hier.
Daarna verder naar een gletsjer, nog 1000 meter hoger. In de kerk wemelde het nog van Zweedse en Japanse toeristen die zich lui in Lada’s naar boven lieten rijden, hogerop is de berg uitgestorven. Geen mensen, geen bomen, alleen een enkele koe die weinig onder de indruk is van sneeuwballen.
Boven is het stil. Hogerop stort een waterval naar beneden, daarachter dreigt Mount Kazbegi, meer dan 5000 meter hoog. “De Hoogste Berg van Europa”, volgens de Georgiërs. “Als Georgië bij Europa zou Horen”, denk ik, maar dat is een andere discussie. Beneden is de kerk nog maar een stip tegen een zee van stenen.
’s Avonds neemt Givi, de man des huizes, ons mee. Dat wil zeggen, hij gebaart alleen dat we onze schoenen aan moeten doen, daarna loopt-ie zwijgend naar zijn Lada 4WD. Een man van weinig woorden. Weinig Engelse woorden, in elk geval. Misschien voert-ie wel het hoogste woord met zijn vrienden in de kroeg. Als Kazbegi een kroeg zou hebben.
Hij rijdt zwijgend de berg achter het dorp op, geen idee waarheen. Gaan we jagen? Gaan we naar een traditionele Georgische ontmaagdings-ceremonie? Even later stoppen we bij het kleinste kerkje van Georgië. Van Europa. Als Georgië...
De plek is magisch. De zon is net onder, en links en rechts drijven wolken de doodstille vallei in. Givi vertelt dat Rusland nog maar twintig kilometer verderop ligt. Overdag kan je het zien liggen. Hij vertelt dat hij vijftig is, waarvan-ie 42 jaar in Kazbegi heeft gewoond, alleen onderbroken door acht jaar Tblisi. Zijn vader komt hier vandaan, en zijn moeder, en hun ouders. Een hele familie geboren, getogen en begraven. En zijn dochter, vragen we? Die blijft ook hier, gebaart hij, resoluut. Tamara is zes. Dat zullen we dan nog wel zien.
Kazbegi stroomt leeg. Denken de Dokter en ik. Veel huizen staan leeg. Vier hangjongeren telt het dorp. Ik heb ze gezien. Half lang haar, verveelde blik. Alleen de brommers ontbreken. En de meisjes. Natuurlijk gaat de jeugd hier weg. Er is hier niks. Er gebeurt hier niks. En dan is Kazbegi nog een bruisende metropool vergeleken bij dorpjes als Gergeti, of Juta, een paar kilometer verderop.
Ooit liftte ik met Michiel door Ierland, van Gallway naar Dublin. We stopten op een parkeerplaats halverwege waar een manshoge stenen monument stond, waarin iemand had gebeiteld “on the 13th of october 1978, on exactly this spot, nothing happened”.
De Kaukasus heeft niet genoeg steen om al die plekken hier te markeren.
Georgië wil blijkbaar graag bij de Europese Unie horen. Voor het parlement in Tblisi wappert naast de Georgische vlag trots de Europese. En wandelend door het oude centrum van Tblisi zou je het ook makkelijk kunnen geloven. Als je maar selectief genoeg kijkt. Dat is alles. Blinkende auto’s, brede boulevards met prachtige 19e -eeuwse gebouwen, steegjes met hippe tentjes met hippe terrassen waar hippe mensen hippe drankjes drinken terwijl andere nog hippere mensen hip voorbij flaneren alsof het verdomme Parijs is. En twee straten verderop vallen de balkons van de gevels.
Maar hier in Kazbegi is geen Europa meer te bekennen. Hoe selectief je ook kijkt. Een weg “geasfalteerd” noemen, omdat er niet al te veel gaten in zitten is geen Europa. Daar ben ik heel puristisch in. Dit is geen Europa, en het gaat het voorlopig ook niet worden. Delfzijl ligt nog dichter bij New York, dan Kazbegi bij Europa.
