Wesley en ik - Deel 1

dinsdag 10 november 2009 | verhalen | archief
(een feuilleton over klein consumentenleed)

Ik had een wasmachine nodig. Daar begon het mee. Of nog specifieker: een was-droog-combinatie. Dat is namelijk praktischer in mijn huis. Ik heb geen ruimte voor een droger, en eigenlijk ook geen ruimte voor een droog-rekje. Niet dat ik zo klein woon, maar iets staat in mijn huis nogal snel in de weg. (Vraag me niet waarom. Dat heeft iets met balans te maken, feng shui, ying en yang, iets waardoor elke toevoeging al snel storend wordt.) Daarom had ik ook nooit moeten gaan samenwonen. Dat stoorde enorm.

De vrouw in kwestie vertrok uiteindelijk naar een plek waar ze minder in de weg stond. en nam de was-droog-combi, die tot kort daarvoor nog onze was-droog-combi was geweest, maar nu, bij het scheiden van de markt, plotseling haar was-droog-combi was geworden, mee. Typisch cd-van-jou-cd-van-mij-geval. Gekregen van haar ouders als samenwoonkado. Propere mensen. Ik had natuurlijk blij moeten zijn dat dat apparaat, dat mij alleen maar aan haar en ons kon herinneren, mijn huis uit was, maar dat viel nogal tegen. Ik vond het vooral een praktisch apparaat. Praktisch en duur.

 

(Het gekke is dat ik daarvoor gewoon een wasmachine had. In hetzelfde huis. En droogrekjes. En dat dat prima ging. Het was nota bene het idee van mijn sta-in-de-weg om een combi te nemen. In verband met diezelfde rekjes. Nu was zij verdwenen, met de combi, en nu kon ik opeens niet meer zonder. Wel zonder haar. Niet zonder de combi. ik was verwend. Wederom, niet door haar. Maar door de combi. Ik moest een nieuwe. Maar een nieuwe was nogal duur.)

 

Op marktplaats stonden honderden tweedehands wasmachines, en maar een handje vol combi’s. Dat had me al aan het denken moeten zetten. Nu, achteraf weet ik ook waarom. Was-droog-combi’s zijn veel slijtage-gevoeliger dan wasmachines. Het leek verdomme alweer mijn relatie. Die was enorm slijtage-gevoelig gebleken. Een wasmachine kan een leven lang mee. Bij wijze van spreken. Een a twee huwelijken op zn minst. Een combi is na tien jaar zo’n beetje op. Ik heb een hoop geleerd de laatste tijd.

 

De dichtsbijzijnde tweedehands combi stond in Grootebroek, bij Wesley’s Witgoed. Mooie naam vond ik dat. Mooie alliteratie, mooi metrum, en dat het in Grootebroek lag maakte het helemaal af. Grootebroek maakte het geheel betrouwbaar, vond ik. Wesley’s Witgoed op de Cuyp was dubieus geweest. Wesley’s Witgoed in de Bijlmer: levensgevaarlijk. Grootebroek was alleen maar ontroerend. Echt een plaats om witgoed te gaan verkopen. Ik had er een goed gevoel bij. Ik belde Wesley’s Witgoed op een dinsdagmiddag in maart. Ik kreeg meteen Wesley zelf aan de lijn. Ik weet het nog goed. Hij zei letterlijk: “Wesley’s Witgoed, met Wesley”. Zoiets verzin je niet.

Hij zei het routineus, en zonder zelfspot. Een grappige combinatie. Hij had het dus al heel vaak gezegd, zonder te beseffen hoe grappig het eigenlijk was. een jongen met zo weinig zelfreflectie moet wel goudeerlijk zijn, dacht ik.

 

Ik vroeg Wesley of hij nog een was-droog-combi had staan, waarop Wesley vroeg of ik een auto had. Dat vond ik een rare reactie. Hij legde uit dat hij nog wel een combi had, en dat hij m kon verkopen, let wel, kon verkopen, als hij zou willen, aan iemand zonder auto, maar dat ie m liever verkocht aan iemand met een auto. Iemand met een auto kon de combi namelijk zelf komen halen en dat scheelde Wesley weer transportkosten.  Op dat moment leek het mij een enorm sympathieke geste van een eerlijke handelaar in witgoed om mij, een klant in nood,  zijn laatste zeldzame was-droog-combi aan te bieden. Achteraf zie ik het meer als het eerste moment waarop ik had kunnen zien dat Wesley een zwaar onbetrouwbare pisvlek was. Maar het zou nog ruim een half jaar duren voordat ik Wesley de pisvlek zou noemen die hij werkelijk was. Nu rekende ik mezelf alleen maar rijk met de gedachte dat ik mij met een enkele rit Amsterdam-Grootebroek maar liefst zeshonderd euro kon besparen.

 

 

Ik reed nog diezelfde middag naar Grootebroek. Toen nog onder leiding van mijn tomtom. Die zou ik na verloop van tijd niet meer nodig hebben. Ik kan de weg naar Grootebroek, naar Wesley, ondertussen wel dromen. Die middag droomde ik alleen van een spotgoedkope Miele Was-Droog-Combinatie.

 

Wesley’s Witgoed bleek een ruime loods vol opgepoetste tweede-hands

Wasmachines en drogers te zijn, op een industrieterreintje aan de rand van Grootebroek. Wesley zelf was een lange, magere jongen in de twintig, met blonde stekeltjes op een iets te bruin hoofd, gekleed in een zilvergrijs trainingspak. Om zijn nek droeg hij zelfs een onvermijdelijke gouden schakelketting. Ik vond het prachtig. Hiervoor kom je naar Grootebroek, dacht ik nog. Authenthieker kan je ze haast niet krijgen. Ik wilde bijna een foto van hem maken. Of een foto van ons samen, bij de Miele.

Mijn Miele stond al ingepakt in folie klaar. Wesley had geen gebruiksaanwijzing, maar dat leek me ook niet nodig. Hoe moeilijk kan zo’n apparaat zijn, tenslotte. Hij had sowieso geen informatie over de machine, niets over herkomst, of leeftijd, en de aankoopbon die ik kreeg was een handgeschreven A4-tje waarop Wesley me in basisschool-letters twee maanden garantie beloofde, zonder spelfouten. Mijn hart smolt bijna. Ik deed het ervoor. Waarvoor heb je immers garantie nodig als je een onverwoestbare Miele koopt bij iemand als Wesley. De enige keer dat ik hier ooit nog terug zou komen, dacht ik, was om een documentaire te maken over deze opmerkelijke jongen. Ik liet de combi achterin mijn Volvo leggen en reed fluitend terug naar Amsterdam. 

 

Samen met mijn buurman Rob wist ik de machine mijn huis en uiteindelijk mijn badkamer in te krijgen. Het ding was loodzwaar, wat me nog een laatste keer aan mijn relatie deed denken (die was dat ook, loodzwaar) maar daar stond ie dan; onverzettelijk en oerdegelijk. Klaar om te wassen en te drogen tot in de eeuwigheid. Dat alles kon ik van mijn ex niet zeggen.

 

Ik laadde de zilverblinkende trommel voor de eerste keer vol, vond moeiteloos mijn weg door de wasprogramma’s en met een simpele druk op de knop startte ik voor de eerste keer mijn was-droog-combi. Het water liep met een sissend geluid door de rubber slang de machine in. Langzaam vormde zich wat schuim rond mijn vuile was. Toen zette de trommel zich voor de eerste keer in beweging; Het was prachtig. Ik kon wel janken. Ik ging naar de woonkamer en schonk een goed glas wijn in.

Na twee uur was mijn was schoon. Ik zette de combi op drogen, en schonk nog een glas wijn in. Ik voelde me opmerkelijk gelukkig. Ik was hier meer aan het schoonspoelen dan alleen mijn kleren. Zo voelde het. Mooie symboliek, dacht ik nog, en schonk mijn glas nog maar eens bij.

 

Nog eens twee uur later was mijn was gloeiend heet, en drijfnat. (Nog iets wat ik van mn ex niet kon zeggen) Dat kon nooit de bedoeling zijn. Daar had ik geen gebruiksaanwijzing voor nodig. Tenzij “Kastdroog” iets met de Kast van de machine te maken had, waar die dan ook zat. Ik draaide door naar “Strijkdroog” en startte de Miele opnieuw. Drie wijntjes later was “drijfnat” “nat” geworden en tegen de tijd dat de fles leeg was was de was “vochtig”. Ik haalde het droogrek uit de schuur, hing mijn vochtige kleren op bij de kachel en ging naar bed.

 

Wordt Vervolgd...

 

(PS: zelf een onbetrouwbare wasmachine van Wesley's kopen? klik hier!)

Archief

blijf op de hoogte van ernst