Veertien

maandag 11 juni 2012 | Column | archief
Nederland verliest dus van Denemarken. Kan gebeuren. Was al 35 jaar niet meer gebeurd. Dus het zat er een keer aan te komen, kan je dan zeggen. Wel lullig dat het dan net de openingswedstrijd van het EK moet zijn. Maar het verlies is niet het ergste. Nog erger is de analyse van het verlies. En de analyse voor het verlies ook trouwens. Alle analyses dus. Die zijn erg.

In de Volkskrant wordt Mark van Bommel neergesabeld, omdat hij het lef heeft om te zeggen dat het om het resultaat gaat. En dat alle romantici die liever een mooie wedstrijd zien en verliezen lekker naar een soap moeten gaan kijken, ofzoiets. “Schande!”, roept de Volkskrant. Bert Wagendorp beweert dat hij nog steeds naar voetbal kijkt “als een jongetje van veertien”. Prima Bert. Hartsikke mooi van je. Toen ik veertien was werd het Nederlands elftal Europees Kampioen. De enige prijs die we met zn allen ooit bij elkaar getrapt hebben. In het lelijkste toernooi ooit. En dan heb ik het niet alleen over de shirtjes. Of over de kapsels. Of de snorren. Jezus, wat was Nederland slecht. Die “historische” overwinning op Duitsland in de halve finale. “Het wonder van Hamburg”. Je moet voor de lol die wedstrijd eens in zn geheel terugkijken, Bert. Met je jongetje-van-veertien bril op je neus. Niet om aan te zien. Een draak van een wedstrijd. Een aanfluiting voor het voetbal. Geen enkele geslaagde combinatie. Geen enkele uitgespeelde kans. Alleen maar doelloos de bal heen en weer spelen en heel veel provoceren. Twee onterechte penalties, en een wonderschone goal van van Basten die totaal uit de lucht komt vallen in de laatste minuut. Meer is het niet, dat hele wonder. Engeland, dat twee keer op de paal schiet in de tweede wedstrijd, dat was een wonder. En de allergrootste mazzelgoal ooit, en dan ook nog eens in buitenspel positie, tegen Ierland, dat was een wonder. En de goal van van Basten in de finale. Een mirakel. Een Godsbewijs. Maar verder, verder was dit jongetje van veertien gewoon superblij dat we Europees Kampioen werden. Jongetjes van veertien doen namelijk nog niet aan nabeschouwingen, Bert. Of aan voorbeschouwingen. Jongetjes van veertien hebben nog niet de super-irritante neiging om het altijd beter te willen weten dan de bondscoach. Jongetjes van veertien vullen geen honderden pagina’s en tientallen TV-minuten met hun analyses en meningen. jongetjes van veertien beweren niet op zaterdag dat het gaat om de schoonheid van het spel, om twee dagen later in dezelfde krant, na een prachtige wedstrijd met 28 doelpogingen - achtentwintig Bert! - waarvan er helaas niet een inging, om na zo’n nederlaag glashard op te schrijven dat het allemaal wel leuk is, die kansen, maar dat het er op dit niveau (ook al zo’n uitspraak die en veertienjarige nooit zou doen: “op dit niveau”) alleen maar om gaat dat je ze erin schiet. Weet je wat ik deed, tot vlak voor de EK-finale van ’88? Voetballen, met m’n vriendjes op het veldje voor ons huis. En weet je wat ik deed, meteen na de finale? precies, voetballen, met mn vriendjes op het veldje voor ons huis. Probeer het ook eens Bert, als je je zo graag veertien wil voelen. Leg je opschrijfboekje opzij, pak een bal, en ga voetballen. Met je vriendjes.

Archief

blijf op de hoogte van ernst