Geert Wilders

maandag 21 januari 2008 | Column | archief

Geert Wilders betoogt vandaag in de Volkskrant dat de reacties op zijn film Fitna heel anders waren geweest als zijn film over het Christendom was gegaan ipv de Islam. Zou het kabinet dan ook een crisisberaad hebben gehad? Zou hij dan ook bedreigd zijn geweest, en uitgemaakt voor extremist? Zou het Vaticaan dan ook hebben gedreigd met internationaal geweld en boycots? En nog een twintigtal van dit soort vragen. Nee, aldus Wilders. Dit alles zou niet het geval zijn geweest als zijn film over het christendom was gegaan. En ik denk dat ik het met m eens ben.

Vervolgens betoogt hij, op grond van deze vragen, dat de Islam een intolerante religie is, zonder ruimte voor zelfkritiek en zelfreflectie en zelfs zelfbeheersing. Hiermee ben ik het ten dele eens. Ik zou willen zeggen dat de Islam als religie een stuk jonger is dan het Christendom, en dat er nog geen Luther is langsgekomen om de zaken een beetje op te schudden.

Vervolgens concludeert hij uit dit alles dat zijn film over de Islam nu al nut heeft gehad. En hier haak ik af. Wilders ook, want het is de laatste zin van zijn ingezonden brief. Terwijl juist die laatste zin zoveel vragen oproept. Vragen met hopelijk antwoorden die ons wellicht wat dichter bij zijn beweegredenen zouden kunnen brengen.

Wat voor “nut” dan precies, meneer Wilders, zou ik willen vragen. Als ik het goed begrijp veroorzaakt u willens en wetens een internationale rel om iets aan te tonen dat allang aangetoond is. Wat is het nut dan? Als ik meneer Wilders zonder parachute uit een vliegtuig zou gooien van pak ‘m beet 10.000 meter hoogte en zijn gebroken lichaam zou gebruiken als bewijs voor het feit dat de zwaartekracht inderdaad nog steeds bestaat en actief is, welk nut heb ik dan gediend? Dit is overigens geen dreigement. Ik gooi meneer Wilders niet uit een vliegtuig, ik kan mijn punt ook maken zonder dit te doen. En dat is ook precies mijn punt: als het meneer Wilders te doen was geweest om aan te tonen dat sommige zaken in de Islam gevoeliger liggen dan bij ons Christelijke westerlingen dan had hij zijn film niet hoeven maken. Dan was de aankondiging ervan genoeg geweest. Dan had ik misschien zelfs respect kunnen hebben voor meneer Wilders, of anders in elk geval begrip. Als hij nu had gezegd; “Luister, natuurlijk heb ik geen film gemaakt, jongens, maar kijk nu eens hoe hoog ik jullie op de kast heb gekregen. Waarom? Laten we het er eens over hebben.” Dat is nut.

Ik ben geen tegenstander van provocatie. Integendeel. Ik ben zelf cabaretier, ik weet maar al te goed dat er geen betere manier is om de discussie op scherp te zetten dan door een goede provocatie. En een goede provocateur is meneer Wilders. Wat mij echter stoort is dat meneer Wilders geen cabaretier, of columnist, of schrijver, of filmmaker is, geen onafhankelijk kunstenaar, maar politicus. Iemand die volgens mij als volksvertegenwoordiger dient bij te dragen aan een gezond en leefbaar en prettig land. Dan is provoceren alleen niet genoeg, dan moet er achter die provocatie ook een visie zitten, en een ingang naar een dialoog. Een politicus dient mensen naar zich toe te halen, niet van zich af te stoten, omdat het uiteindelijke doel van een politicus altijd een compromis is, en niet het absolute gelijk. En voor een compromis heb je twee partijen nodig.

Hieruit concludeer ik dat meneer Wilders geen politicus is. Hij dient niet een hoger doel, hij dient niet de samenleving. Hij dient slechts zichzelf. Op welke manier hij zichzelf dient is mij niet geheel duidelijk. Wellicht in het feit dat hij “gelijk” heeft. Wellicht dat er meer achter zit. De toekomst zal het leren.

Archief

blijf op de hoogte van ernst