Het Kasteel van Almere

zaterdag 10 januari 2009 | Column | archief
Een troostrijke plek. In de weilanden bij Almere, langs de A6, staat een ruïne. Alleen dan omgekeerd. Een ruïne is een overblijfsel van wat ooit gebouwd is, dit is het overblijfsel van wat ooit gebouwd had moeten worden: het Kasteel van Almere.

Een vreemd karkas, een toren, zonder stenen, alleen betonnen muren, een dak zonder pannen, het begin van wat een bijgebouw had moeten worden. Een skelet, meer is het niet.

 

Tien jaar geleden heeft iemand bedacht dat hier een kasteel moest komen. Waarom? Geld, daarom. Natuurlijk. Dit soort dingen draait altijd om geld. Dat is de eerste reden waarom de plek zo troostrijk is. Omdat de ruïne de belichaming is van een soort van gerechtigheid. Sterker nog, een soort van gerechtigheid die zeldzaam is in deze wereld. Boontje komt om zijn loontje. Wie wind zaait zal storm oogsten. Dat soort gerechtigheid. Oud Hollandsche Calvinistische Gerechtigheid.

 

De mensen die dit project bedachten zagen geen kasteel, maar een investeringsproject, een trouwlocatie, een toeristische trekpleister die Almere op de kaart moest zetten. Je kan de zinnen uit de eerste brochure voor potentiële investeerders zelf dromen. Inwoners uit Almere trouwden niet in Almere. Daar begon het mee. Ze trouwden in Naarden, in Muiden, in Bussum, overal behalve in Almere. Waarom? Simpel: het stadhuis van Almere lag op een niet zo romantische locatie. Namelijk in Almere. Preciezer: in het centrum van Almere, naast de MacDonalds. Inderdaad. Weinig romantisch. Dat mensen die een huis kopen in Almere überhaupt weinig beslissingen nemen op basis van romantiek laten we hier gemakshalve verder buiten beschouwing. De Almeerders trouwden niet alleen buiten de stad, maar caterden vervolgens ook de hele bruiloft elders. De taart, de fotograaf, de filmploeg, de hapjes, de drankjes, de buffetten, de zaaltjes, de bandjes, de dj’s, noem maar op. De gemeente Almere liet uitrekenen dat ze tientallen miljoenen per jaar misliepen. Dus bedacht iemand een kasteel. Almere krijgt historie, en dus krijgt Almere een trouwlocatie. En natuurlijk kan het niet. Je kan een historie niet kopen. Vind ik. Zou iedereen moeten vinden. In eerste instantie wilde Almere een Kasteel in Belgie kopen, steen voor steen afbreken en in zijn geheel weer opbouwen langs de A6. en dan zeggen ze dat Belgen dom zijn. Gelukkig niet zo dom. Het mocht niet. Maar een kopie maken mocht wel. Nabouwen. Letterlijk. Ik zie al voor me hoe het geworden was. Lelijk. Nep. Koud. Almere faked zijn ouderdom als een vervallen vrouw die zich laat volspuiten met botox om er jonger uit te zien. Dat gevoel kreeg ik ervan.

 

(ooit ontmoette ik in Jakarta een oud Nederlands echtpaar, Douwe en Lenie Spil. Lenie was in de zestig, en had net haar gezicht zo strak laten zetten dat haar ogen mij maar verbaasd bleven aankijken, hoe verveeld ze zelf ook was met het leven. Jammer dat ze bij de facelift haar nek waren vergeten. Wat aan de voorkant ontbrak blubberde aan de achterkant vrolijk verder. Lenie spiegelde zich graag aan kunstenaars. Ze had er zelf altijd al een willen zijn.  Verder dan heel veel geld verdienen was ze nooit gekomen vertelde ze mij tijdens de duurste lunch die ik ooit heb gegeten in het duurste huis dat ik ooit heb betreden. In geld verdienen was ze heel goed. Jammer van de kunsten. Daar kon de Yamaha C9 concertvleugel die ze voor twee ton had laten invliegen weinig aan veranderen. Jammer. Ze wilde zo graag. Na de lunch ging ze achter de vleugel zitten met een Chardonnay en vroeg me hoe dat nou moest, pianospelen. Ze keek er heel serieus bij. En verbaasd, maar dat kwam door de facelift. Ze meende het, dat wil ik maar zeggen. “hoe doe je dat nou, pianospelen?”. Toen drong haar tragiek pas tot mij door. Dat ze nog steeds ergens geloofde dat ze kunstenaar kon worden door de duurste vleugel die er was te kopen)

 

Het is precies dit soort marktdenken, dit soort vooruitgangsdenken, dit soort projectdenken, dat Nederland steeds lelijker maakt en mij steeds treuriger. Vandaar de troost: het kan ook mislukken. En het bewijs ervan staat in een weiland langs de A6.

Überhaupt dat iets mislukt is troost. In mijn leven mislukt zoveel. De hele tijd. Continu. Dat hoort bij het leven, blijkbaar. Maar het is ook moeilijk te verteren af en toe. Dan is het troostrijk dat bij andere ook dingen mislukken. En zeker op deze schaal. Ik heb wel eens in een naïeve bui geïnvesteerd in Legio Lease en ben voor een paar duizend euro het schip in gegaan. Ik was boos. Ik was verdrietig. Dan is het troostrijk als er in een weiland langs de A6 een ruïne staat van 50 miljoen.

 

En zeker als dit soort vooruitgangsprojecten mislukken. Het volbouwen van Nederland lijkt zo onstopbaar af en toe. Een monster dat de leegte langzaam maar zeker opslokt. Gedreven door lelijke zaken als geld en ambitie. Wij zijn zo klein. Wij mensen, wij individuen, wij eenlingen in deze wereld. Wij hebben zo weinig te zeggen, zo weinig invloed. Alles slipt dicht met zaken waarom ik nooit gevraagd heb. Weer een gebouw, weer een industrie-terrein, weer een vinex-locatie, weer een bungalowpark, weer een winkelcentrum. Het monster grijpt overal om zich heen en ik voel me zo weerloos ertegen. Dus wat een genot als het monster sneuvelt en alleen zijn skelet achterblijf in een weiland langs de A6.

 

De ironie wil dat Almere gekregen heeft wat het verdiende. En wat het wilde: historie. Veel mooier dan wanneer het kasteel gebouwd zou zijn. Dan was het gelikt geweest, een nepgeschiedenis. Deze geschiedenis is echt. Een verhaal over hebzucht, en eerzucht, en ijdelheid, en grootheidswaanzin, en over de gerechtigheid van de wereld. En waarom niet een prachtige trouwlocatie? Wat een goede metafoor voor het huwelijk: een ruïne van een kasteel dat nooit gebouwd is. Een overblijfsel van een droom die het nooit gered heeft. Het had zo mooi kunnen zijn, maar zo is het eigenlijk nog mooier. De schoonheid van de mislukking. Zo is het huwelijk toch ook?

Archief

blijf op de hoogte van ernst