Stadskanaal
Dit alles valt echter in het niet bij Stadskanaal. Klinkt onschuldig. Stadskanaal: Groeigemeente onder de rook van Rotterdam, zou je zeggen. Niets is minder waar. Hoedt U voor de dag dat U naar Stadskanaal moet!
|
|
|
Ik sta vroeg op: Om zes uur 's ochtends gaat de wekker. Buiten is het nog donker. Ik smeer een flinke stapel boterhammen, vul een thermoskan met verse koffie en mijn tas met leesmateriaal en vol goede moed stap ik om half zeven de deur uit. Een goed begin is het halve werk.
Ik vraag de man achter het loket welke bus naar Stadskanaal gaat en begrijp meteen waarom van Gewest tot Gewest altijd ondertiteld wordt. 4 Onverstaanbare gesprekken later begin ik me een beetje te voelen als een asielzoeker bij Lingo: "Stadskanaal: S...T...A...D...S...K...A......". Uiteindelijk besluit ik zelf maar op zoek te gaan. Het station in Assen is niet groot, en toch is het ze gelukt om het busstation te verstoppen. Ik probeer de weg nog te vragen ("B...U...S...S...T...A......"), maar ik vind het plotseling zelf. Eindelijk een meevaller. En verdomd, om kwart over zes gaat er zelfs een bus naar, jawel, Stadskanaal! Tenminste, dat staat op het schema. Op de bus zelf staat namelijk Borger. Ik weet ondertussen dat ze hier dialect spreken, maar dit lijkt me wel erg bont. In een flits zie ik Ierland weer voor me, waar Dublin in het Gailic niet gewoon "Dublin" heet maar iets totaal onuitspreekbaars als "Airschrickbarnataraboifed" ofzoiets. Zou dat hier ook zo zijn?
Daar zit ik dan: Gestrand, vervloekt om voor eeuwig in Assen te blijven. Misschien moet ik maar aan het idee wennen. Een hoekje inrichten voor mezelf op het station. Een nieuw bestaan hier opbouwen. Mensen zullen mij kennen als De-Cabaretier-Die-Hier-Strandde-Op-Weg-Naar-Die-Plaats-Waarvan-De-Naam-Niet-Genoemd-Mag-Worden.
Het busstation is nu leeg. Ik zak op de grond en begin te huilen als een kind. In de verte komen nog twee lampen aanrijden, en net als ik me voor deze laatste vervloekte bus wil gooien om een eind aan mijn lijden te maken zie ik plotseling de letters boven de chauffeur: "Stadskanaal!"...... Ik knipper met mijn ogen, knijp mezelf in mijn arm, kijk nog eens, maar het staat er echt: "STADSKANAAL". Vioolmuziek zwelt aan en als in een film zire ik mezelf in slowmotion en met wijd gespreide armen op de bus afrennen. Ik omhels de chauffeur, die mij zelfs verstaat en me vertelt dat het nog maar vier uur rijden is naar Stadskanaal. Misschien zijn we er zelfs nog voor zonsopgang!
We rijden weg, en terwijl ik mij nestel in de baarmoederlijke zachtheid van het nepleer van lijn 28 trekken de meest exotische plaatsnamen als in een droom aan mij voorbij: Ter Apel, Brouwenermond, Gasselte, Gasselternijveensemond.........Voor het eerst sinds eeuwen voel ik weer een boedhistische rust over me heen komen die door niets meer verstoord kan worden. Hooguit door de gedachte dat ik morgen weer terug moet. |
